Biodiversiteit: hoe we de natuur een handje kunnen helpen

Hoeveel vleermuizen en vogels zitten er onder de daken in jouw woonplaats? En hoeveel soorten planten en insecten leven er eigenlijk in jouw tuin? Het mooiste antwoord: véél. Want hoe biodiverser onze leefomgeving, hoe fijner we ook zelf kunnen leven. Toch is er in heel Nederland op dit vlak winst te boeken. Veel winst zelfs. Van grote natuurgebieden tot onze eigen tuin: het moet allemaal een stuk diverser!

In deze blog gaat Arne Kijk in de Vegte van Royal HaskoningDHV in op het wat, waarom & hoe van biodiversiteit. Een tipje van de sluier: een boost in biodiversiteit creëer je gemakkelijk zelf!

Wat is biodiversiteit eigenlijk?

Simpel gezegd: alle verschillende soorten planten en dieren die leven op onze aarde zoals in bossen, moerassen en onze tuin. Laten we de natuur met rust, dan ontstaat in die gebieden altijd een organische balans tussen alle soorten. Deze balans – een gezond ecosysteem – zorgt voor schoon water, schone lucht en vruchtbare grond. Ook draagt het bij aan de productie van voedsel en de grondstoffen voor bijvoorbeeld kleding en medicijnen.

Binnen ecosystemen zijn alle organismen met elkaar verbonden. Het verdwijnen van zelfs maar één soort – bijvoorbeeld door verstedelijking, landbouw of klimaatverandering – kan een verregaande impact hebben op de voedselketen. Dat wil zeggen voor mens én dier.

Twee voorbeelden:

  1. Zijn er minder bloemen in versteende tuinen en landbouwgebieden, dan neemt het aantal bijen af. Er zijn hierdoor niet genoeg bijen om de gewassen op landbouwgrond te bestuiven. Het gevolg: minder oogst en dus minder eten voor ons.
  2. Door spouwmuren duurzaam te (her)isoleren, raken vleermuizen in woonwijken hun huis kwijt. De muggen die zij normaliter opeten, krijgen door een gebrek aan een natuurlijke vijand de overhand. Het gevolg: een muggenplaag.

Samen met mijn collega’s van Royal HaskoningDHV werk ik aan plannen om de biodiversiteit in Nederland terug te brengen. Het hoofddoel is om de balans – het natuurlijke ecosysteem – in alle natuurgebieden in Nederland terug te laten keren en deze gebieden te verbinden tot één grote, natuurlijke ader: het NNN (Natuurnetwerk Nederland).

Natuurgebied De Branden

Een voorbeeld van zo’n gebied is De Branden in het Hunzedal. Het gebied beslaat zo’n 250 hectare en bestaat met name uit landbouwgrond die de afgelopen eeuw is gebruikt voor monoculturen. Jarenlang werd op elk perceel één gewas verbouwd, waarbij de opbrengst met mest (en soms pesticiden) werd gemaximaliseerd. Hierdoor verdwenen de andere planten- en diersoorten die van nature in het gebied aanwezig waren; er ontstond een verminderde biodiversiteit.

Dat tij willen het Waterschap Hunze en Aa’s en Het Drentse Landschap nu keren. Hoe? Door het beekdal in haar originele staat te herstellen. Royal HaskoningDHV helpt hierbij.

Hoe pakken we dat aan? Eerst onderzoeken we de bodem. Is die vervuild met bijvoorbeeld meststoffen? En hoe voedselrijk is de grond? Dit laatste zegt veel over biodiversiteit: hoe voedselarmer, hoe beter. Op voedselarme grond overwoekert namelijk niet snel één soort vegetatie. Er ontstaat juist een grotere variatie in, wat weer meer kansen biedt aan fauna. Ook kijken we in het kader van de Wet natuurbescherming naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna, zodat die hun plek kunnen behouden.

Is dit alles helder? Dan gaan we op zoek naar oplossingen. Een greep uit de mogelijkheden:

  • Hermeandering. Met oude kaarten kunnen we de originele meanderstructuren opgraven. Door flauwe en steile oevers te creëren ontstaat een dynamische wateromgeving, i.p.v. de vaak kaarsrechte lopen. De verschillende gradiënten bieden allerlei planten weer groeikansen en vissensoorten kunnen weer schuilplaatsen vinden.
  • Vistrappen. Landbouw is afhankelijk van de aan- en afvoer van water. Nu worden daar vaak stuwen voor gebruikt; door het stromende water met kleine dammen te verdelen over peilvakken, kan de waterstroom geregeld worden. Het verval tussen de vakken is ‘hard’ en soms wel 1 meter. Vissen kunnen hierdoor niet van vak naar vak zwemmen en verdwijnen. Vistrappen zijn hiervoor de oplossing. Dit zijn kleine drempels van maximaal 10 cm die de peilvlakken met elkaar verbinden en stroomop- en afwaarts zwemmen mogelijk maken.
website_afbeeldingen_mei
  • Afgraven. Wanneer de grond van oevers voedselrijk is, verkleint dit de kans op biodiversiteit. Door de bovenste voedselrijke laag af te schrapen, komt de voedselarme (en dus kansrijke) grond tevoorschijn. In deze grond zitten zelfs vaak nog zaadbanken van lang geleden; inheemse planten keren hierdoor op eigen kracht terug. Zeer geschikt voor De Branden!

Op dit moment ronden we ons inrichtingsplan voor De Branden af. Het eindresultaat wordt een inrichtingsaanpak die zowel de biodiversiteit, het landschap en de beleving van bewoners in het gebied goed doet. Een hele puzzel, maar wel een hele dankbare waar ik met enthousiasme aan werk. De natuur een handje kunnen helpen, is het mooiste wat er is.

Ook zelf aan de slag met biodiversiteit

Is biodiversiteit dan alleen iets van de grote natuurgebieden en dus een ver-van-mijn-bed-show? Zeker niet! Of je nu alleen een balkon hebt, of een enorme tuin: je kunt ook dichtbij écht impact maken. We moeten af van de versteende tuin en toe naar biodiversiteit! Hoe?

  1. Plant klimop. In mijn tuin viel vorig jaar een oude houten schutting om. Ter vervanging heb ik betongaas neergezet, waar klimop tegenaan groeit. Een mooie verstopplek voor vogels en insecten.
  2. Hang een vogelkastje op. Een veilige broedplek. Zelfs te verkrijgen met camera zodat je kunt beleven wat er binnenin gebeurt.
  3. Plaats een insectenhotel. Verwelkom bijen in je tuin en krijg vanzelf meer bloemen.
  4. Vervang stenen door inheemse planten. Zelfs voor de kleinste tuinen geschikt: een randje groen zorgt al voor nieuwe bezoekers.
  5. Maai je gazon minder vaak. Naast gras zullen vanzelf andere soorten planten verschijnen. De kracht van de natuur: de grond wordt door de toename in biodiversiteit voedselarmer en dus groeit het gras vanzelf minder snel.
  6. Groenblijvende bomen of heesters. Zo bied je ook ‘s winters een schuilplek voor allerlei dieren.
  7. Leg een poel aan. Met een waterplas in de tuin lok je vogels én amfibieën.

Genoeg keuze dus! Ter ere van de #wereldbiodiversiteitsdag delen mijn collega’s op LinkedIn hoe zij bovenstaande tips (en meer) toepassen in hun tuin. Kijk bijvoorbeeld eens op de LinkedIn-accounts van: Femkje, Sarah, Carolien, Lisette en Remco.

Tuinvoorbeeld biodiversiteit

Een voorbeeld uit de tuin van mijn collega Femkje Sierdsma: tegels eruit, inheemse bloemen erin!

Meer lezen over ons werk?

Waarom ons energiesysteem nu om aandacht vraagt

Start typing and press Enter to search