De binnenstad en het platteland van straks: mobiliteit nu op #1!

Steeds vaker rijden pakketbusjes af en aan door onze straten. Ook stromen kruispunten van tijd tot tijd over van het fietsverkeer. Tegelijkertijd is er op het platteland soms geen bus te vinden. Herkenbaar? Voor Gilbert Mulder wel. Als trotse inwoner van Aalden én als projectleider mobiliteit bij Royal HaskoningDHV Groningen. Dagelijks ziet hij dat hoe meer onze mobiliteitsbehoefte toeneemt, hoe meer de stad én het platteland in de knel komen.

In deze blog vertelt Gilbert je daarom hoe we met slimme mobiliteitsoplossingen de leefbaarheid van onze woongebieden kunnen bewaken én vergroten.

Wat is de mobiliteitstransitie?

Mobiliteit draait om alle vervoer van mensen en goederen van punt A naar B. Van het loopje naar de supermarkt en reizen tussen bijvoorbeeld Groningen en Haren, tot pakketbezorging en de vrachtwagens die winkels in binnensteden bevoorraden. Om al dit verkeer in goede banen te leiden hebben we o.a. verkeerslichten, trottoirs, autowegen, fietspaden, haltes en stations.

Door de toename in verkeersbewegingen past onze mobiliteitsbehoefte niet meer bij die infrastructuur. Een voorbeeld: we kunnen wel willen verduurzamen met een Tesla voor de deur, maar zolang er geen laadpalen op ons werk zijn, hoe mobiel zijn we dan? Daarom is Nederland in transitie: de mobiliteit van straks vraagt nú om keuzes.

Wat kunnen we doen?

Samen met mijn collega’s kijk ik naar manieren om de mobiliteit in zowel binnensteden als op het platteland te verbeteren. De uitdaging: elk gebied is anders en kent haar eigen vraagstukken. Vijf voorbeelden:

1. Emissievrije zones

De binnenstad krijgt bijvoorbeeld dagelijks te maken met veel milieuvervuilend vrachtverkeer. Dat doet de drukte én de luchtkwaliteit geen goed. Een oplossing: emissievrije zones. Heb je geen zero-emissie-auto, -bezorgscooter of -vrachtwagen? Dan kom je de zone niet in.

Veel gemeenten werken hier al aan, passend bij het landelijke streven naar de gezonde, schone en leefbare stad van de toekomst. Deze zones vragen wel om samenwerking tussen de overheid, het bedrijfsleven en de detailhandel. Samen kijken we naar opties als toegang op vaste momenten en hubs op de rand van de stad.

2. Flowtack

Een ander probleem in de steeds drukkere binnensteden is opstopping bij verkeerslichten. Een vooraf ingesteld programma bepaalt wanneer het verkeerslicht op groen of rood staat. Spitsuur of niet, het programma loopt door. Ons eigen systeem, Flowtack, pakt dat anders aan; op basis van navigatiesystemen, smartphones en in-carsystemen meten we de verkeersdrukte realtime en anoniem, en verspringt het verkeerslicht van kleur, aangestuurd vanuit de Cloud. Het resultaat: een betere doorstroom, 7-18 % CO2-reductie en 11-26 % minder fijnstof. In Deventer is Flowtack al succesvol ingevoerd op meer dan 30 kruispunten en in Groningen wordt momenteel gekeken naar de inzet ervan vlakbij het UMCG-kruispunt.

3. Hubs

Hubs, ik noemde ze al even. Dit zijn verzamelpunten aan de rand van de stad waar je bevoorrading voor de binnenstad kunt bundelen. Vervuilende auto’s leveren er vracht af en elektrisch vervoer regelt de laatste, schone km’s. Ook is het mogelijk hubs in te richten als één grote overslaglocatie waar vracht die aankomt via de weg, het spoor of water kan ‘overstappen’ voor the last (green) mile. Maar ook personenvervoer past bij hubs: door een centraal toegangspunt te creëren voor OV, auto’s en fietsverkeer, ontstaat een dynamisch knooppunt dat economisch aantrekkelijk is voor uiteenlopende partijen zoals winkels en scholen.

Mobiliteitshub

Voor Leeuwarden werkte ons team vorig jaar nog een lobbydocument uit voor een hub bij Werpsterhoeke. We bundelden al bestaande ideeën en brachten ze tot leven met beelden van o.a. kantoren, overstapstations voor bus en trein, en een pakketpunt voor het bedrijfsleven.

4. Meer met het openbaar vervoer

Binnen de mobiliteitstransitie kun je mensen ook stimuleren om het OV te gebruiken. Dat vermindert autodrukte en verlaagt onze CO2-footprint. Maar, je kunt OV-gebruik niet stimuleren als het OV er niet of nauwelijks is, zoals op het platteland. Daarom denken we na over het verbeteren van het OV-netwerk in die gebieden. Moet ieder dorp een hub en buslijn hebben? Of zou je een koppeling kunnen maken tussen het OV en bijvoorbeeld zorgbusjes? Die rijden immers vaak op de heen- of terugreis zonder passagiers. Of moeten we meer inzetten op lightrail (trams, metro) op het platteland? In tegenstelling tot zware treinverbindingen vragen deze lightrail-sporen namelijk minder van de ondergrond.

5. Betere fietsinfra

Fietsen en Nederland gaan hand in hand. Maar hoe zit dat met fietsen en de mobiliteitstransitie? Want als we meer willen fietsen, moeten er wel goede en voldoende fietspaden zijn. Daarom kijken we met sensoren naar de kwaliteit van de huidige fietspaden. Ook onderzoeken we met GIS-systemen of de verschillende routes breed genoeg zijn voor snelle (en verre) fietsers op eBikes en pedelecs, en voor reguliere en kwetsbare fietsers.

Alle provincies zijn momenteel bezig om inzicht te krijgen in die vraagstukken. In het Noorden helpen wij daarbij. Ons team onderzoekt samen met de provincies Groningen, Drenthe en Friesland wat nodig is om de huidige fietsinfra te verbeteren. Het resultaat wordt een bidbook met inzicht in kansen én kosten.

Op 3 juni was het Wereld Fietsdag. Mijn collega Sjoerd Hoekstra vertelde erover op LinkedIn.

CASE: Regionaal Mobiliteits Programma Fryslân (RMP)

Een groot project waarin alle genoemde punten (en meer) naar voren komen is het RMP van provincie Fryslân. De provincie werkt hier op dit moment aan als uitwerking van hun omgevingsvisie. Ze brengt hierin – met onze ondersteuning – in kaart wat de provinciale uitdagingen zijn en welke thema’s thuishoren in hun Mobiliteits Programma tot 2040.

Wat dit project voor mij zo interessant maakt, is met name de diversiteit in de verschillende gebieden. Als je alleen al kijkt naar de vier grote steden – Leeuwarden, Heerenveen, Drachten en Sneek – dan zijn de verschillen groot. Wil je bijvoorbeeld inzetten op het stimuleren van OV-gebruik, dan mis je al snel een treinstation in Drachten. Er één plaatsen past binnen het pleidooi voor de Lelylijn, en geeft een boost aan Drachten plus de doorstroom richting Heerenveen en Leeuwarden. Maar los van de financiële impact, roept ook dit weer vragen op. Wat betekent de Lelylijn voor de bereikbaarheid op het platteland? Ondervinden inwoners van bijvoorbeeld Harlingen er ook voordeel van, of juist niet?

De puzzel die de mobiliteitstransitie heet

Nadenken over iets als een nieuw treinstation vormt slechts één puzzelstukje in een veel grotere zoektocht naar een balans tussen leefbaarheid en vitaliteit in de mobiliteitstransitie. Tel daar de coronacrisis bij op, en je hebt een maatschappelijke verandering die moét versnellen. En dat kan, dat geloof ik. Daarom draag ik er graag aan bij. Niet voor mijzelf als adviseur, maar voor de mensen die hier leven.

– Gilbert Mulder (gilbert.mulder@rhdhv.com)

Meer lezen over ons werk?

Waarom ons energiesysteem nu om aandacht vraagt

Start typing and press Enter to search