Landbouw & het veranderlijke regenpatroon: hoe pakken we dat aan?

Doordat het klimaat verandert, krijgen we te maken met meer hitte, droogte én een grilliger neerslagpatroon. De droge periodes zullen langer zijn, en vaker voorkomen. Daartegenover staat dat het vaker extreem nat is, want regen komt in grotere hoeveelheden naar beneden. De heftige buien lossen het probleem van langdurige droogte echter niet op, met vergaande gevolgen voor de waterbeschikbaarheid. Hiermee komt ook de landbouw voor een grote uitdaging te staan. Want hoe bedrijf je landbouw als er minder, of niet genoeg water beschikbaar is? We laten je een aantal mogelijkheden zien.

Zware regenval

Feit is dat gewassen water nodig hebben om te groeien. Geen water betekent vaak een verminderde opbrengst van de oogst. Maar geen water betekent óók een verslechtering van de grondwaterkwaliteit – en dat is cruciaal in grondwaterbeschermingsgebieden. Door de droogte kunnen gewassen de nutriënten (voedingsstoffen) namelijk niet optimaal opnemen. De nutriënten die hierdoor in de bodem achterblijven, spoelen de grond in wanneer het bijvoorbeeld in het najaar weer gaat regenen. Het gevolg is dat hierdoor nitraat in de grond blijft zitten, dat schadelijk is voor de grondwaterkwaliteit – en hiermee ook voor ons drinkwater (!). Dubbel reden voor actie! 

(Meer weten over drinkwater? Ik schreef hier in 2020 een artikel over.)

Dus: tijd voor een andere aanpak!

Hoe kunnen we landbouw uitoefenen die rekening houdt met de toenemende droogte, en tegelijkertijd de waterkwaliteit in de grondwaterbeschermingsgebieden beschermt? Om dit in kaart te brengen zijn we in Overijssel en Drenthe een project gestart waarin we de wateraanvoermogelijkheden voor boeren in deze gebieden in beeld brengen. Hierin gaan we als volgt te werk.

Stap 1: Inventariseren
De eerste stap is het in beeld brengen van de waterbeschikbaarheid in de ‘intrekgebieden’; de gebieden waarin wateraanvoer niet vanzelfsprekend is. Hoe ziet de bodemsituatie eruit, welke mogelijkheden voor wateraanvoer zijn er (al) en hoe kan het water beter vastgehouden worden? Deze bevindingen illustreren we met vlekkenkaarten:

Voorbeeld van bodemmaatregelen

Op de kaart is te zien dat de wateraanvoermogelijkheden van de boeren afhangen van de ligging in het intrekgebied. Soms is het aanvoeren van water mogelijk (blauw), maar in andere gebieden moeten extremere maatregelen genomen worden, zoals het aanpassen van de bodem en/of het gewas (oranje). De kleuren blauw, groen, geel en oranje geven dus de verschillende gebiedstypen en daarmee de mogelijkheden van de maatregelen weer.

Stap 2: Aan de slag met de vlekkenkaart
We streven natuurlijk naar een langdurige oplossing. Stap twee is daarom het preciezer uitwerken van de maatregelen per boer. Een adviseur kijkt samen met de boer en de betrokken partijen wat de meest optimale strategie is om de waterbeschikbaarheid te verbeteren. Wat kunnen we concreet doen voor de boeren? Een greep uit de mogelijkheden:

  • Hydrologische maatregelen. Hieronder verstaan we maatregelen die zoveel mogelijk gebruik maken van het natuurlijke regensysteem. Beregenen uit eigen grondwater is hierbij de makkelijkste oplossing. Dit betekent de minste aanpassing voor de bedrijfsvoering. Maar het draaien van een beregeningsinstallatie is niet gratis, en ook niet toegestaan in de grondwaterbeschermingsgebieden in Drenthe. Andere hydrologische maatregelen zijn het verondiepen of dempen van de sloten, het bouwen van een boerenstuw of grondpeilen eerder op zomerniveau brengen.
  • Bodemmaatregelen. Onder bodemmaatregelen verstaan we aanpassingen die worden gedaan aan de grond zelf. Denk hierbij aan het verhogen van de weerbaarheid van de grond, door bijvoorbeeld bemesting, of het opbrengen van leem en klei. Het omspitten van de grond kan ook een optie zijn, om zo de wortels van het gewas dichter naar het water te brengen.
  • Gewasmaatregelen. Bij deze maatregel wordt gekeken naar alternatieve gewassen die minder verdampen, of naar gewassen die dieper of diverser geworteld zitten (zoals bij kruidenrijke grasmengsels). Ook kan ervoor gekozen worden om groenbemesters te gaan telen, die zorgen voor een verbetering van de bodemkwaliteit.

Samen kijken we dus, afhankelijk van de specifieke situatie, naar de mogelijkheden die zich in het gebied bevinden. Zo krijgt elke boer een actieplan waarin concrete stappen voor het bedrijf zijn uitgewerkt. Dit actieplan kan gaan over stappen die nú al genomen kunnen worden, maar we kunnen ook kijken naar een meerjarenplan, waarbij misschien wel de bedrijfsvoering aangepast moet worden. Zo weet de boer precies wat er wanneer te doen staat.

“Een heel belangrijke voorwaarde is: werkelijke interesse voor de mensen met wie je samenwerkt. Daar komt ook deze zorg uit voort. Stel, je hebt een stal van 200 koeien, maar je hebt nauwelijks voer omdat de gras- en maïsproductie achterblijft. Dan zeg je niet ‘dat moet volgend jaar even beter’, want ze moeten elke dag voer hebben. Ook nu.”
– Cors van den Brink

Voorbeeldcase: Overijssel en Drenthe

In 2011 zijn we in het kader van ‘Boeren voor Drinkwater’ in Overijssel gestart met een aanpak om de nitraatconcentraties te verminderen door bedrijfsvoering efficiënter te maken. Vanaf 2020 is deze aanpak uitgebreid met het verbeteren van de waterbeschikbaarheid. Overijssel is een gebied met een hoge zandgrond waarin wateraanvoer veelal onmogelijk is. We hebben daarom vlekkenkaarten opgesteld en voor elke omstandigheid maatregelen bedacht. Deels betreft dit bestaande maatregelen, deels nieuwe. De nieuwe maatregelen worden getest in velddemo’s: doen de maatregelen wat ze horen te doen, of moet er opnieuw gekeken worden wat er mogelijk is? Ten slotte worden er afspraken gemaakt wie (de waterschappen of de agrariërs) welke maatregel oppakt. Zo is er een duidelijk plan van aanpak. Het resultaat is dat de boeren dit voorjaar al aan de slag konden met maatregelen op bedrijfsniveau. Ondertussen konden waterschappen op regionaal niveau aan de slag  met het aanpassen van het watersysteem aan de nieuwe (klimatologische) werkelijkheid. 

Na Overijssel is ook Drenthe dit najaar aan de beurt voor het boerenproject. In vier gebieden gaan we dezelfde inventarisatie maken als dat we voor Overijssel deden. Hierdoor weten de boeren binnenkort bijvoorbeeld al: hier moet een sloot gedempt of verondiept worden, en hier moeten andere maatregelen bedacht worden. Dat zijn concrete plannen die ze meteen uit kunnen voeren.

Je doet het niet alleen

Parallel aan het individuele traject kijken we of er mogelijkheden zijn voor subsidieregelingen. Niet alleen de boer, maar ook het waterschap neemt actiepunten op zich. Zij denken na over de structurele oplossingen van het watersysteem. Dit doen ze al jaren, en met zichtbaar succes. Kijk maar naar Limburg. De wateroverlast zou daar veel erger geweest zijn als de rivieren nóg minder ruimte hadden gehad.

Als iets mijn ambitie is, is het duidelijk maken dat klimaatverandering geen abstract begrip meer is, maar de dagelijkse werkelijkheid bepaalt. De wijze waarop we daarmee om moeten gaan wordt mede bepaald door de beschikbaarheid van water, en de mogelijkheden om water vast te houden. In sommige gebieden is gewoonweg geen water, en gaat ook geen water komen. We zullen de bedrijfsvoering moeten aanpassen om rendabel te kunnen blijven boeren én om te kunnen voldoen aan de nitraatnorm in het grondwater. Dat is geen makkelijke boodschap, maar wel noodzakelijk. Maar dit betekent niet dat we bij de pakken neer moeten gaan zitten. Want ik denk dat wij óók dit waterprobleem te boven kunnen komen – door er met z’n allen mee aan de slag te gaan. Enhancing Society Together!

– Cors van den Brink (cors.van.den.brink@rhdhv.com)

Meer lezen over ons werk?

De binnenstad en het platteland van straks

Start typing and press Enter to search